Helden van het LUMC aflevering 1

Helden van het LUMC Aflevering 1: De studentvrijwilligers

Om een beeld te schetsen van hoe studenten zich als vrijwilliger in het LUMC inzetten heb ik interviews gedaan met Irene de Wilde, Thijs Huizing en Koen Stegmeijer, allemaal Masterstudenten Geneeskunde aan het LUMC. Door de recente ontwikkelingen rondom het COVID-19 is het onderwijs voor de coschappen tijdelijk stopgezet. Nu is Irene werkzaam in de Flexpool voor vrijwilligers van het LUMC. Hier coördineert zij het buddysysteem, waar werknemers worden geassisteerd bij het aan- en uitdoen van beschermende kleding voor als zij de afdeling met Coronopatiënten betreden. Zij werkt samen met Koen en Thijs, studenten die vrijwilligerswerk doen voor de Veiligheid, Gezondheid en Milieu (VGM) afdeling van het LUMC. Deze afdeling test medewerkers op het virus. Samen proberen zij projecten met vrijwilligers in het LUMC beter  behapbaar te maken door processen te verduidelijken en makkelijker te maken. In dit interview delen zij hun ervaringen bij dit werk.

Het verhaal van Irene

‘Ik zit in mijn vijfde jaar Geneeskunde, en dus in het tweede jaar van mijn Master. Toen het onderwijs werd gestopt was ik halverwege mijn coschap Neurologie. In een ziekenhuis werken is leuk en de sfeer in een kliniek vind ik over het algemeen tof! Je bent veel bezig en past bachelorkennis toe op de werkelijkheid, wat veel leuker is dan in een hoorcollege zitten. Je weet ook waarvoor je het doet en de kennis blijft beter hangen, omdat je patiënten tegenkomt met klachten waarover je hebt geleerd.’

‘Ik vind het nog moeilijk om te zeggen of ik in een ziekenhuis zou willen werken. Echter wil ik wel eerst werken als ANIOS in een ziekenhuis om te kijken of de sfeer bevalt. Ik heb veel interesse in de afdeling Gynaecologie, maar dat coschap heb ik nog niet gehad, dus dat kan ik nog niet met zekerheid zeggen. Als dat coschap mijn hart steelt, zou ik daar graag willen werken. Na een periode van werken als ANIOS wil ik gaan kijken in een ziekenhuis werken mijn richting is. Door de leuke ervaringen bij de kleine coschappen, zie ik Huisartsengeneeskunde ook als optie. Hierin zou ik mij graag specialiseren in bepaalde handelingen. Van mijn Heelkunde coschap heb ik erg genoten, dus ik zou dan graag een huisarts zijn die anderhalfde lijn zorg aanbiedt en kleine chirurgische handelingen verricht.’

‘Het is vervelend dat er nog geen duidelijkheid is over hoe het onderwijs er nu uitgaat zien en wat je kan verwachten. Geneeskunde studenten in de Masterfase vallen een beetje tussen wal en schip, want je kan de coschappen niet online geven. Nu kunnen veel coassistenten niks doen. Ik houd mij graag bezig, dus de eerste paar dagen niks doen ervaarde ik als erg vervelend. Hopelijk ontvangen we snel bericht over wat we kunnen verwachten’

‘Ik had naar een aantal zorginstanties gemaild en ik had mij opgegeven voor de Flexpool van het LUMC. Na een aantal dagen kreeg ik bericht vanuit het LUMC of ik zou kunnen komen helpen. De Flexpool werd beheert door een stuurgroep uit het LUMC, maar al snel werd dit overgenomen door DOO (directoraat opleiding en onderwijs) en een stuurgroep vanuit de coschappen, gezien zij hier beter een invulling voor konden geven. Ik werd gebeld toen het project nog in zijn kinderschoenen zat, want het was nog niet helemaal duidelijk hoe vrijwilligers het beste konden worden ingezet. Ik deed mee aan verschillende trainingen, waaronder de Viral C training. Waar je jezelf en anderen leert aankleden om een strenge isolatiegebied te betreden. In het LUMC werd een buddysyteem opgezet om het zorgpersoneel te ondersteunen bij het goed en veilig aankleden voor wanneer ze een afdeling betreden met Coronapatiënten. Omdat er veel verschillend personeel voor een korte tijd binnen deze afdeling betreden, is het erg van belang dat deze mensen zich goed omkleden ter bescherming. Dit systeem bestond toen nog uit een paar aanvragen vanuit de afdeling en een paar coassistenten waren ingezet om hierbij te ondersteunen. Ik had de contactpersoon opgebeld en aangeboden om te helpen bij de coördinatie. Nu ondersteun ik bij de aanvragen van afdelingen, aanmeldingen van studenten, het opstellen van roosters en zorg ik dat de nodige middelen aanwezig zijn. Dit doe ik samen met Koen en Thijs, zij zijn vrijwilligers bij de VGM en zij hebben een dergelijk systeem daar opgezet. VGM houdt zich bezig met de gezondheid van het personeel en het testen op verdenking van het COVID-19 bij personeel.

‘We proberen het makkelijker te maken voor projecten in de toekomst door als het ware templates op te zetten voor roosters, het ondervangen van aanvragen en aanmeldingen, klaarzetten van takenpakketten voor vrijwilligers en het overzichtelijk maken van deze projecten. De Flexpool ontvangt nu aanvragen van de afdelingen en zoekt zelf passende studenten. Wij evalueren hoe het plaatsen van vrijwillige studenten gaat en kijken of er een coördinator nodig is bij de desbetreffende afdeling. Als er meer vrijwilligers nodig zijn bij een afdeling is het nodig om iemand te hebben die daarboven staat om alles in goede banen te leiden. Ondanks dat de communicatie niet altijd even soepel loopt, lukt het nu wel om de afdelingen te ondersteunen. We onderhouden ook contact met Maayke de Koning, zij is ook coassistent en coördineert nu een commandocentrum op de Intensive Care afdeling.’

‘Voor het buddysysteem kunnen ook bachelorstudenten worden ingezet, afhankelijk van de aanvraag van de afdeling. Ik ben hier nu tussen de 15 en 20 uur mee bezig in de week. De andere coassistenten zijn ongeveer 10-12 uur aanwezig. Er zijn nu ook nachtdiensten, omdat iedereen die naar dit isolatiegebied moet, de beschermende kleding nodig heeft. Er komen veel werknemers die normaal nooit dit soort maatregelen nemen en ondersteuning nodig hebben om besmetting te voorkomen. Mensen kunnen ook niet al te lang daarbinnen zijn, omdat mensen snel uitgeput raken door de beschermende maskers. Er is altijd wel iets te doen.’

‘Voor nu lijkt het alsof er meer dan voldoende studenten zijn die kunnen bijspringen. De afdeling waar ik werk kan 36 patiënten houden, waarvan er nu 13 zijn. Het is afhankelijk van de situatie. Als dit verslechtert, komen er wel meer aanvragen voor administratieve werkzaamheden. Als de bachelorstudenten weer vol aan de bak moeten, kan het zo zijn dat het lastiger word om te vullen. Er staan net als ik, waarschijnlijk veel studenten te popelen om in te springen.

Als studenten zich nuttig willen maken adviseer ik ze om mensen te helpen in hun buurt. Je kan kaartjes maken of helpen met boodschappen doen voor ouderen. Ik was uit verveling maar oude voortgangstoetsen aan het maken, dus ik ben blij dat ik bij de Flexpool aan de slag kan. Ik had meerdere zorginstanties gecontacteerd om ergens te helpen en toen werd ik hiervoor gebeld. Het is belangrijk dat studenten weten dat hun inzet echt gewaardeerd wordt.’

Ik doe dit niet alleen en ik wil graag Koen en Thijs van de VGM en Maayke in het spotlicht zetten. Want zij zetten zich ook goed in om de boel draaiende te houden. Oh, en houd je aan de maatregelen als 1,5 meter afstand!’

 

 

 

 

Het verhaal van Koen en Thijs

Thijs zit in zijn eerste jaar Master, 4e jaar Geneeskunde. Heeft zijn KNO coschap vroegtijdig moeten verlaten door de maatregelen. Toen is hij langsgegaan bij DOO om zich aan te bieden als vrijwilliger, waarna hij zelf bij het VGM terecht is gekomen. Koen zat in zijn eerste week Neurologie toen hij hoorde dat zijn coschap niet kon voortzetten. Hij kreeg vanuit de afdeling een mail dat hij zich kon opgeven als vrijwilliger. Daar had hij op gereageerd en diezelfde avond werd hij gebeld dat hij kon helpen met het testen van medewerkers.

Ze zijn allebei begonnen bij testen op afdelingen. Daarna gingen ze helpen als spreekuur assistent bij verschillende afdelingen om een beeld te krijgen waar ze mensen getest moeten worden. Dit proces liep niet geheel efficiënt, dus zij gingen kijken of ze coassistenten kunnen coördineren op de afdelingen. Toen ze hier een duidelijker beeld van kregen, begonnen ze met het opstellen van roosters voor de coassistenten om overzicht wie waar en wanneer ingezet kan worden. Aan dit project werden meer elementen toegevoegd om  tot een soort flowchart voor de vrijwilligers te komen. Nu coördineren ze ongeveer 20 coassistenten over deze afdelingen.

Koen heeft contact gehad met Irene, omdat zij samen coschappen liepen en omdat hij wist dat zij met het buddysteem bezig is. Gezien zij tegen dezelfde problemen aanliep, hebben ze de krachten gebundeld om een handig systeem op te zetten. Nu helpen ze bij het opzetten van dergelijke projecten waar studenten nodig zijn. Maayke is hier een goed voorbeeld van. Zij kon hierdoor de opstart op de IC snel maken en is ook zeer teer tevreden met het resultaat.

Er werken nu elke ochtend 6 coassistenten om medewerkers te testen voor COVID-19. Koen en Thijs en werken hier nu fulltime aan, dus rond 40 uur per week met weekenddiensten.  

Alle vrijwilligers in de LUMC Flexpool moeten centraal gepland worden. De pool groeit, maar het aantal studenten dat zich heeft aangemeld is groter dan er nu ingezet kan worden. Er kan nu alleen via e-mail naar Flexpol@lumc.nl gerekruteerd worden. Hun advies is vooral dat mensen die nog niet benaderd zijn door de Flexpool, voor nu om zich heen kunnen kijken in de buurt waar ze kunnen helpen, het is natuurlijk nog wel mogelijk dat de Flexpool contact met hen opneemt.